Spring naar inhoud

Ter voorbereiding op uw bezoek leest u hier de actuele informatie en basisadviezen rondom het coronavirus COVID-19: www.nijsmellinghe.nl/corona.

Longembolie

Algemene informatie

Bij een longembolie zit een bloedvat naar uw longen verstopt. Hierdoor komt er minder zuurstof in uw bloed. Hierdoor krijgt u het benauwd, wat een angstig gevoel kan geven.

De longslagader loopt van uw hart naar uw longen. De slagader vervoert bloed waar weinig zuurstof in zit naar uw longen. Daar neemt het bloed zuurstof op. Het zuurstofrijke bloed gaat vervolgens via de longader naar uw hart en wordt van daaruit rondgepompt door uw lichaam. Bij een embolie raakt de ader of slagader verstopt. Daardoor komt er minder zuurstof in het bloed en krijgt u het benauwd.

Bij een longembolie stroomt er minder bloed naar delen van uw long die achter de embolie (stolsel) liggen. Daardoor kan het achterste deel van uw long geen zuurstof opnemen uit de ingeademde lucht. Hoe hoger de embolie zit, hoe groter dat deel is.

Een longembolie kan zich in het midden van de long bevinden of aan het uiteinde van de long. De embolie kan groot of klein zijn. Ook kan het meer dan één embolie zijn. Dan zijn meerdere vertakkingen van de longslagader afgesloten.

Symptomen

Met een longembolie kunt u last hebben van:

  • Benauwdheid
  • Pijn op de borst tijdens ademhaling
  • Hoesten, soms met bloed
  • Versnelde ademhaling
  • Verhoogde hartslag
  • Zweten
  • Licht gevoel in uw hoofd
  • Zwakkere hartslag

Diagnose

Het vaststellen van een longembolie is vaak lastig. De arts stelt eerst vragen om te achterhalen waar uw klachten vandaan komen. Daarna volgen mogelijk;

  • Bloedonderzoek; D-dimeer
  • Röntgenfoto; om andere (long)ziekten uit te sluiten
  • CT-scan; hiermee kan de arts de bloeddoorstroming in uw longen bekijken.

Behandeling

Bij een longembolie blokkeert een bloedstolsel uw longslagader. Dit stolsel wordt meestal door uw lichaam weer opgeruimd. Het risico bestaat dat er nieuwe stolsels ontstaan. Om dit te voorkomen krijgt u bloedverdunners voorgeschreven.

In eerste instantie wordt gestart met bloedverdunners via injectie, daarnaast acenocoumarol (sintrom). Wanneer uw bloed dun genoeg is worden de injecties gestopt en gebruikt u alleen de acenocoumarol. Dosering hiervan wordt na ontslag via de trombosedienst geregeld.

Een andere behandeling is rivaroxaban (Xarelto). Dit is een bloedverdunner die u meestal 2x per dag gebruikt. Uw bloed hoeft hierbij niet gecontroleerd te worden.

Er kan niet altijd gestart worden met rivaroxaban. Uw arts bepaald welk medicijn u voorgeschreven krijgt.

Herstel bij een longembolie

Vaak duurt het tussen de drie en twaalf maanden voordat een longembolie opgelost is. Dit hangt af van de ernst en de oorzaak. Meestal kunt u na zes maanden weer stoppen met de bloedverdunners. In sommige gevallen moet u de bloedverdunners altijd blijven gebruiken. Dit bijvoorbeeld wanneer u vaker longembolieën gehad heeft. Het stoppen van de bloedverdunners gebeurt altijd in overleg met uw arts.

Werken


De longembolie moet eerst opgelost worden door uw lichaam. Dit heeft tijd nodig. De eerste tijd zult u het rustig aan moeten doen, de symptomen zijn namelijk niet gelijk verdwenen.

Uw werkzaamheden kunt u weer hervatten in overleg met uw longarts of bedrijfsarts.

Download PDF