Spring naar inhoud

‘Het was een zware tijd en toch heb ik alleen positieve herinneringen’

Vijf weken op de kinderafdeling dicht bij huis

In Nij Smellinghe is het leven voortdurend in beweging. Dagelijks lopen patiënten, bezoekers, medewerkers en vrijwilligers door de gangen, ieder met een eigen verhaal. Voor de een is het ziekenhuis een werkplek, voor de ander een plek van zorg en herstel. Soms begint hier het leven, soms eindigt het. In deze verhalenreeks delen we bijzondere herinneringen waarin Nij Smellinghe een rol speelt. Zoals in die van de 40-jarige Inge Leijten en 43-jarige Jeep Hielkema uit Gorredijk. Ruim tien jaar geleden werd hun dochter Eef met 28 weken en 6 dagen veel te vroeg geboren.

“Het was mijn eerste zwangerschap”, vertelt Inge. Voor haar op tafel staat een doos. Naast haar zit dochter Eef te stralen. “Kijk, dit zijn spulletjes die over mij gaan”, zegt ze. “Ik heb dit gebruikt voor mijn spreekbeurt vorig jaar. Ik kreeg een ‘uitstekend’.” Inge glimlacht. “Dit hebben we er toen inderdaad bij gepakt om haar spreekbeurt over vroeggeboorte voor te bereiden. Deze doos zit vol knuffels, kaarten en kleding en dit is een dagboek waarin ik aan Eef schreef wat er gebeurde.”

Al vóór geboorte naar het ziekenhuis

Al vóór geboorte naar het ziekenhuis

Eef werd namelijk op 4 juli 2015 via een keizersnede gehaald. “Bij de twintigweken-echo werd opgemerkt dat ze te klein was”, zegt Inge. “Ik ben zelf 1 meter 86 en mijn man 1 meter 93, ik dacht: er kan altijd een verschil zijn natuurlijk.”

Bij 24 weken werd duidelijk dat Eef echt niet goed groeide. “We kwamen in het UMCG in Groningen terecht. Daar werd telkens met een doppler de hartslag van de baby gemeten.” Op 4 juli merkten de artsen dat de hartslag begon te dalen. “Er werd gezegd dat de kans groot was dat ze de baby moesten halen. Ik zei: ‘Dat kan niet, ze is nog veel te klein!’”

“Moest je toen huilen?”, vraagt Eef.
“Ja, zeker. Ik heb papa, oma en opa direct gebeld. Papa is met hoge snelheid naar Groningen gekomen. Je woog bij geboorte nog geen 900 gram. Dat is heel erg klein.”

Naar een ziekenhuis dicht bij huis

Eef kwam op de afdeling Neonatologie terecht, waar zorg wordt geboden aan te vroeg geboren of zieke pasgeboren kinderen. “Je zag dat ze niet af was. Je kon haar adertjes zien. Ze was doorzichtig en zo ongelooflijk fragiel. Ze lag in de couveuse aan duizend-en-één slangetjes. Ze viel zelfs nog af tot 820 gram.”

Gelukkig zette Eef daarna een stijgende lijn in. Op 18 juli woog ze één kilo. “Dat was een feest! Elke dag mochten we haar twee uur vasthouden. Ze lag bij mij of bij Jeep. We maakten huid-op-huidcontact, buidelen noemen ze dat. Dat is nodig voor de hechting.”

Na drie weken UMCG ging Eef naar Frisius MC in Leeuwarden. Daar moest ze onder meer een bloedtransfusie ondergaan. Na nog eens drie weken mocht ze naar een ziekenhuis dichter bij huis: Nij Smellinghe in Drachten. Daar lag Eef vijf weken.

“Het was zo fijn dat ze dichterbij was. We hoefden niet meer in hotels te overnachten of lange afstanden te rijden. We hebben Nij Smellinghe als heel prettig ervaren. Vijf weken lang bezochten we dagelijks, soms zelfs twee keer per dag, de kinderafdeling. Ze mocht dan bij ons liggen en alle zorgmedewerkers hielpen ons zo goed. Bijvoorbeeld met alle snoertjes; ze zorgden er altijd voor dat ze zo comfortabel mogelijk bij ons kon buidelen.”

Er is met zoveel liefde voor onze dochter gezorgd

Zorgmedewerkers schreven in dagboek

Goede herinneringen hebben Inge en Jeep ook aan kinderarts Brouwer. “Hij stond altijd voor ons klaar. Als we vragen hadden, konden we bij hem terecht. Er is in Nij Smellinghe met zoveel liefde voor onze dochter gezorgd.”

Het dagboek dat Inge voor haar dochter bijhield, is daarvan een tastbaar bewijs. Ze bladert erdoor en leest een stukje voor dat een verpleegkundige schreef:

‘Je hebt je zwemdiploma gehaald voor poedelen voor beginners. Je bent geslaagd. Je ouders zijn heel trouw in knuffelen en buidelen. Kortom, je hebt een paar lieve ouders uitgezocht.’

Inge moet lachen. “Hij had veel humor. Dat gaf ons lucht in een moeilijke tijd.”

Wennen zonder monitor en piepjes

Toen Eef drie kilo aantikte, was dokter Brouwer tevreden. “Hij adviseerde om haar steeds wat langer van de monitor te halen. Zo konden we wennen aan een leven zonder piepjes. Dat was spannend, want die monitor heeft ons ook gewaarschuwd. Een keer heb ik zelf de zorgmedewerkers gealarmeerd. Toen ademde Eef niet meer en werd ze blauw. Ik heb alle knoppen ingedrukt. De zorgmedewerkers kwamen van alle kanten aangerend. Vroeggeborenen die aan de beademing hebben gelegen, vergeten soms zelf te ademen. Gelukkig pakte Eef het snel weer op.”

In het dagboek staat:
‘Vandaag zijn we met de voeding omhoog gegaan. Je hebt je eerste vaccinatie gehad en je hield je zo goed. We hebben de slingers opgehangen. Papa en mama hebben je in bad gedaan. Nu ruik je weer lekker. We weten ook dat je kunt stinken.’
Eef schiet in de lach.

“Het was een zware tijd, maar ik heb alleen maar warme herinneringen aan Nij Smellinghe”, zegt Inge. “Dokter Brouwer adviseerde ons om Eef het eerste jaar niet door iedereen vast te laten houden. Ze had nog geen weerstand kunnen opbouwen en we moesten voorkomen dat ze ziek werd. Eef kwam één dag na de uitgerekende datum thuis. We bleven op controle komen in Nij Smellinghe. Na het eerste jaar konden we dat afbouwen.”

Knaap van een broer

Vier jaar later werd Lenn geboren. “Dat is mijn broertje”, vertelt Eef trots. “Het heeft even geduurd voordat we dit aandurfden”, zegt Inge. “Er zijn allerlei onderzoeken gedaan, maar er is nooit een duidelijke oorzaak gevonden voor de vroeggeboorte. Wel had Eef de navelstreng om haar nekje, waardoor ze te weinig voeding kreeg.”

Toen Inge zwanger was van Lenn voelde dat door de hele geschiedenis met Eef niet als een roze wolk. Maar Lenn bleek het tegenovergestelde van zijn zus: een flinke knaap die na 38 weken in Nij Smellinghe werd gehaald omdat hij anders al snel de vijf kilo zou aantikken.

Zowel Lenn als Eef zijn nu vrolijk en gezond. “Vorig jaar wilde Eef zelf een spreekbeurt houden over hoe ze is geboren.” Eef vertelt dat een klasgenootje na afloop zei: ‘Ik vind het zielig, je had het misschien niet kunnen overleven.’

“Maar ik ben er, dus gaat mijn volgende spreekbeurt over achtbanen.” Met glimmende ogen voegt Eef toe: “Ik ben 1 meter 48 en mag daar al in. Mijn moeder en ik zijn in Europark in de Silver Star geweest. Die is 73 meter hoog. We hebben samen heel hard gegild!”