Inleiding
Dikkedarmoperatie
Binnenkort komt u naar het ziekenhuis voor een dikkedarmoperatie. Uw arts heeft met u besproken waarom deze operatie nodig is.
Hier krijgt u uitleg over de de voorbereiding voor de operatie, de opname in het ziekenhuis en het herstel thuis na de operatie.
Afspraken
Polikliniek Chirurgie

U bent verwezen naar de chirurg en de verpleegkundig specialist om een operatie aan uw dikke darm te bespreken. Tijdens dit gesprek praat u over uw klachten, de diagnose en of er nog aanvullende onderzoeken nodig zijn. De zorgverlener stelt vragen over:
Ziektes en operaties die u eerder gehad heeft
Welke medicijnen u gebruikt
Of u ergens allergisch voor bent
Of er bepaalde ziektes in uw familie voorkomen
Bereid u goed voor op dit gesprek door bijvoorbeeld thuis al dingen op te schrijven. U wordt geïnformeerd over de mogelijke behandeling, de voorbereiding voor een operatie, de opname in het ziekenhuis en het herstel thuis na de operatie. Er wordt gevraagd naar wat voor u belangrijk is en hoe u zelf denkt over een behandeling. Samen met u maken we een keuze voor uw behandeling.
Prehabilitatie
Wanneer mogelijk een operatie aan uw dikke darm zult ondergaan, wordt u verwezen naar de fysiotherapeut en diëtist.
Uit onderzoek blijkt dat de kans op complicaties tot wel 50% kan verminderen als iemand fit(ter) is. Het vergroot de kans op een snel en goed herstel. Uw fitheid wordt tijdens deze afspraak getest, wanneer nodig wordt er een plan op maat gemaakt om uw fitheid te verbeteren. Dit speciale programma heet prehabilitatie.
Preoperatief Spreekuur

De anesthesioloog bekijkt samen met de chirurg het operatierisico en moet goedkeuring geven voor de geplande ingreep. Ook krijgt u hier informatie over de gang van zaken rondom de operatie, onder andere over de narcose en de vorm van pijnbestrijding rondom de operatie.
Als de anesthesioloog het nodig vindt, kunnen er nog aanvullende onderzoeken afgesproken worden. Wanneer uw lichamelijke conditie grotere risico's kan dit soms een reden zijn om u niet te opereren. Soms wordt dan een extra afspraak gemaakt met de anesthesioloog, de arts van de intensive care en de chirurg om samen met u de risico's in te schatten.
Medicatiespreekuur

De apothekersassistent neemt uw medicijngebruik met u door. Neem hiervoor een actueel medicatieoverzicht (AMO) mee.
Fysiotherapie

U krijgt een afspraak bij de fysiotherapeut voor een conditietest. Daarmee beoordeelt de fysiotherapeut uw fitheid. Als dat nodig is, bespreekt de fysiotherapeut met u een trainingsschema zodat u in een goede conditie bent voor de operatie. Uit onderzoek blijkt dat u sneller herstelt na de operatie als u in een goede conditie bent. U krijgt ook instructies over een ademhalingstechniek die u na de operatie kunt gebruiken om een longontsteking te voorkomen.
Stomaverpleegkundige
Als er een kans bestaat dat u een stoma krijgt, dan vertelt de arts u dit van tevoren. Een van de stomaverpleegkundigen geeft u dan voor de operatie uitgebreide voorlichting over het krijgen van een stoma. Ook tijdens de opname in het ziekenhuis wordt u door hen en door de verpleegkundigen begeleid in het leren verzorgen van het stoma.
Overige voorbereiding
Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen?

Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen? Bespreek met uw behandelend arts of u deze voor de operatie moet stoppen of doorgebruiken.
Eten en drinken

De dag voor de operatie mag u nog gewoon eten en drinken.
Pre-op drank
De avond voor de operatie neemt u tussen 20.00 en 22.00 uur vier flesjes pre-op drank. U krijgt de pre-op drank mee van de anesthesie tijdens het preoperatief spreekuur.
Pre-op drank is een koolhydraatdrankje. Dit is een vorm van energie, die snel wordt opgenomen om u in een zo goed mogelijke conditie te brengen voor de operatie.
Als u diabetes hebt, krijgt u deze niet.
Darmvoorbereiding

Afhankelijk van het type operatie is er wel of geen darmvoorbereiding voor de operatie nodig om de darm schoon te maken. Dit hoort u ruim van tevoren van uw arts. In de meeste gevallen hoeven uw darmen voor de operatie niet schoon te zijn en is dit niet nodig.
Mocht darmvoorbereiding wél nodig zijn, dan krijgt u op de polikliniek een recept voor een klysma of volledige darmvoorbereiding mee. Uw arts / verpleegkundig specialist zal u hier verder over informeren.
Wat neemt u mee?
Spullen voor de overnachting, zoals nachtkleding en toiletartikelen
De pas van uw ziektekostenverzekering
Een geldig legitimatiebewijs (identiteitskaart, rijbewijs, paspoort)
Een lijstje met de medicijnen die u gebruikt. Dit wordt ook wel een AMO (Actueel Medicatie Overzicht) genoemd
Uw medicijnen in de originele verpakking
Iets te lezen e.d.
Wij adviseren u om waardevolle spullen thuis te laten

Het ziekenhuis is niet verantwoordelijk voor vermissingen of beschadiging van uw eigendommen.
De opname
Operatieplanning
Op welk moment u naar het ziekenhuis moet komen is afhankelijk van het geplande tijdstip van de operatie. U hoort van de secretaresse van de chirurg op welk moment u naar het ziekenhuis moet komen. U meldt zich dan op de afgesproken tijd op de verpleegafdeling.
Nuchter zijn (niet eten en drinken)

Voor de ingreep is het noodzakelijk dat u nuchter bent. De anesthesioloog en verpleegkundige geven u hierover informatie.
Op de dag van de operatie neemt u nogmaals twee flesjes pre-op drank, uiterlijk twee uur voor uw operatie. Daarna blijft u nuchter.
Medicijnen

De anesthesioloog heeft met u besproken welke medicatie u de ochtend van de operatie nog in mag nemen. Neem de medicatie die u thuis gebruikt mee naar het ziekenhuis, liefst in de originele verpakking.
Het verloop van de operatie
Hoe verloopt een dikkedarmoperatie?

De operatie duurt twee tot vier uur
Hoe lang de operatie duurt, hangt af van de soort operatie die u krijgt. Uw arts zal u hierover informeren.
Soorten dikkedarmoperaties
Soorten dikkedarmoperaties
De soort dikke darmoperatie die u krijgt is afhankelijk van de plaats waar het kankergezwel (tumor) zich bevindt in de dikke darm. Bij de operatie zal de tumor worden verwijderd en de naaste lymfeklieren.
Doordat ook de naaste lymfeklieren en bloedvaten worden verwijderd, is het stuk van de dikke darm dat wordt verwijderd groter dan alleen het stuk met de tumor.
Ileocoecaalresectie
Bij een ileocoecaalresectie wordt het gedeelte waar de dunne darm overgaat in de dikke darm verwijderd en de naaste lymfeklieren. Vervolgens wordt de dunne darm op de rest van de dikke darm aangesloten.
Hemicolectomie rechts
Bij een rechtszijdige hemicolectomie wordt het rechter deel van dikke darm
verwijderd en de naaste lymfeklieren. Vervolgens wordt de dunne darm op de dikke darm aangesloten.
Transversumresectie
Bij een transversumresectie wordt het middelste gedeelte van de dikke darm verwijderd en de naaste lymfeklieren. Beide delen van de dikke darm worden daarna weer op elkaar aangesloten.
Hemicolectomie links
Bij een linkszijdige hemicolectomie wordt het linker deel van de dikke darm verwijderd en de naaste lymfeklieren. Vervolgens worden beide delen van de dikke darm weer op elkaar aangesloten.
Sigmoïdresectie
Bij een sigmoïdresectie (afbeelding A) wordt het S-vormige deel (sigmoid) van de dikke darm en de naaste lymfeklieren verwijderd. Dit deel vormt de overgang naar de endeldarm. Daarna worden beide delen van de darm weer met elkaar verbonden.
Rectumresectie
Bij een operatie aan de endeldarm (rectum) wordt afhankelijk van waar in de endeldarm de tumor zich bevindt een deel of de hele endeldarm verwijderd en de naaste lymfeklieren.
Wanneer een deel van de endeldarm wordt verwijderd, bestaat er de mogelijkheid dat er nieuwe aansluiting gemaakt kan worden. Bij het volledig verwijderen van de endeldarm zal een definitief stoma worden aangelegd. Soms is het bij een nieuwe aansluiting verstandig om een tijdelijk stoma aan te leggen.
Nazorg
Na de opname
Na de operatie belt de arts uw contactpersoon om te vertellen hoe de operatie gegaan is. Direct vanuit de operatiekamer gaat u naar de uitslaapkamer. Daar blijft u gemiddeld anderhalf uur, afhankelijk van uw conditie. Daarna gaat u weer terug naar de verpleegafdeling.
Voeding na de operatie

Het is belangrijk om na de operatie weer te starten met normaal eten en drinken. Vanaf de dag na de operatie drinkt u bij voorkeur minimaal tien glazen drinken en eet u verdeeld over de dag kleine hoeveelheden. U houdt uw gewicht bij door tijdens de opname dagelijks te wegen.
Als u een stoma heeft gekregen, kunt u de adviezen voor het eten en drinken volgen die u van de stomaverpleegkundige heeft gekregen.
Dagboek bijhouden
U krijgt op de polikliniek een dagboek waarin u tijdens de opname zelf bijhoudt hoeveel u na de operatie drinkt, beweegt en hoe het gaat met de pijn- en/of misselijkheidsklachten. De verpleegkundige kan u hierbij helpen.
Wij vragen aan u om het dagboek aan het eind van de opname in te leveren bij de verpleegkundige.
Weefselonderzoek

Het weefsel dat tijdens de operatie verwijderd is, wordt opgestuurd en onderzocht door de patholoog. Het duurt ongeveer tien werkdagen voor de uitslag bekend is.
De uitslag van het weefsel geeft aan of er aanvullende chemotherapie geadviseerd wordt.
U krijgt een vervolgafspraak op de polikliniek om de uitslag van het weefsel en behandeladvies te bespreken.
Uw ontslag
Naar huis
Als het herstel na de operatie voorspoedig verloopt kunt u vaak binnen een aantal dagen weer naar huis. De arts bespreekt dat met u.
Soms heeft u thuis ondersteuning van de thuiszorg nodig. Uw verpleegkundige bespreekt dat met u en regelt het ontslag.
Voordat u met ontslag kan
Voordat u met ontslag kan is het belangrijk dat:
De pijn goed te stillen is met tabletten
Het maagdarmstelsel weer voldoende werkt
Bij een eventueel stoma de zorg daarvoor geregeld is (thuiszorg en materiaal)
Uw huisarts krijgt bericht van de opname, het verloop van de operatie en uw ontslag.
Weer thuis
Thuis verder herstellen
Na uw ontslag uit het ziekenhuis kunt u thuis verder herstellen. U kunt in uw eigen tempo uw dagelijkse bezigheden weer oppakken. Houd er rekening mee dat uw lichaam tijd nodig heeft om te herstellen. U moet daarom de eerste weken geen zware activiteiten verrichten.
Voor uw herstel is het belangrijk om voldoende rust te nemen. Soms is het daarom verstandig om afspraken te maken over bezoek of bezoektijden in te stellen. Blijf na uw ontslag wel in beweging door meerdere keren per dag een klein stukje te wandelen. Probeer alleen in uw bed te liggen als u gaat slapen.
Weer aan het werk
Zodra u zich daartoe in staat voelt, kunt u weer aan het werk. Wanneer dat is, hangt af van uw herstel en het werk dat u doet. Dit gebeurt meestal in overleg met uw leidinggevende of de arbo-arts.
Soms valt de terugkeer naar uw werk tegen door praktische of emotionele zaken. Voor informatie over begeleiding kunt u contact opnemen met de polikliniek Chirurgie en vragen naar de verpleegkundig specialist. Telefoonnummer: 0512 588 809.
Vermoeidheid

Soms gaat vermoeidheid niet over en belemmert het u bij het dagelijks functioneren. De vermoeidheid heeft dan invloed op uw partner en/of gezin, sociale contacten of de terugkeer naar uw werk. Bespreek dit vooral met verpleegkundig specialist, behandelend arts of huisarts.
Complicaties
Elke operatie heeft een risico op complicaties, zoals trombose, longontsteking, een nabloeding of een wondinfectie. Daarnaast zijn er nog enkele specifieke complicaties die na een dikkedarm operatie kunnen optreden. Uw behandelend arts zal deze ook met u bespreken en wat de gevolgen hiervan zijn. Bij complicaties moet u rekening houden met een langere opnameduur.
Naadlekkage
Soms geneest de nieuwe verbinding tussen uw darmen niet goed. Hierdoor kunnen darmsappen in uw buikholte komen. Dit veroorzaakt een buikvliesontsteking. U heeft dan hoge koorts en een ziek gevoel. Dit is een ernstige complicatie en hiervoor moet u vaak opnieuw geopereerd waarbij vaak een (tijdelijk) stoma moet worden aangelegd. Soms is een opname op de intensive care nodig.
Misselijkheid, verstopping of diarree
Indien het maagdarmstelsel na de operatie nog niet goed werkt kunt u last krijgen van bijvoorbeeld misselijkheid, verstopping of diarree. Hiervoor zal een behandeling ingesteld worden.
Wanneer moet ik contact opnemen?

Bij de volgende klachten moet u contact opnemen:
Koorts boven de 38,5 °C
Pijn
Nabloeding uit de wond
Toegenomen roodheid of zwelling van de wond en/of pus uit de wond
Een aantal dagen geen ontlasting en aanhoudende buikpijn en/of krampen
Aanhoudende misselijkheid en/of braken
Moeilijk kunnen plassen of pijn bij het plassen
De eerste 48 uur (twee dagen) na het ontslag kunt contact opnemen met de verpleegafdeling. Na twee dagen kunt u contact opnemen met uw huisarts of de dokterswacht.
Meer informatie
Vragen?

Heeft u nog vragen? Dan kunt u contact opnemen met onze polikliniek Chirurgie. Telefoonnummer: 0512 588 809
Meer weten?

Op internet is heel veel informatie te vinden over kanker en alles wat daarbij komt kijken. Op de volgende websites vindt u betrouwbare informatie: